dinsdag 2 juni 2009

KL bruist!

Wederom een gezellig tikkende regen terwijl ik weer 'een blogje doe' in een kleine supermarkt in downtown KL. De eerste weken had de regen zich keurig beperkt tot de nacht, maar nu hebben we toch iets meer pech. Zoals onze laatste volledige dag op Perhentian. Een bezoek aan Carlton met z'n broodjes en verse sapjes zat er niet in omdat het van 's ochtends 6 uur tot 's middags 15 uur met bakken uit de hemel kwam vallen. Maar ach, snorkelen kan ook best als het licht regent, ontdekte ik.

Ook in KL (het is echt 'not done' om de naam voluit te spreken!) een flinke portie regen gehad. Maar gelukkig niet tijdens onze mooie wandelingen door de oude buurtjes van KL. Toen was het eerder snikheet weer, maar we hebben dapper twee mooie wandelingen uit de Lonely Planet gemaakt. Zoals langs Merdaka Square, waar imposante Britse gebouwen staan en waar toevallig een of andere militaire parade gaande was.

Natuurlijk heeft KL ook een Little India en een Chinatown, vol mooie oude 'shophouses' zoals dat heet, waarvan sommige in Art Deco-stijl. Prachtig om te zien. Wat KL echt bijzonder maakt, is dat er bijna op steenworp afstand van de wereldberoemde Petronas Towers nog een dorps wijkje ligt met traditionele Maleisische houten huisjes. Hier geen drukke gejaagde sfeer, maar rust, laagbouw, veel groen en bewoners die rustig aan het eten zijn of wat aan het schoonmaken zijn. Heel bizar om in één beeld deze twee werelden te vangen: simpele houten huisjes geflankeerd door enorme glimmende hightech torens. Fascinerend om te zien. En ook bijzonder dat dit wijkje nog bestaat. Er zou zomaar een shopping mall kunnen verrijzen. Er is al veel van de wijk verdwenen en dat proces zal zeker door blijven gaan.

Het is trouwens nog niet eenvoudig om je te verplaatsen in KL. Weliswaar ligt er een moderne monorail; de verschillende lijnen sluiten niet altijd op elkaar aan. Zo moesten wij gisteren overstappen op een andere lijn en daarvoor enkele honderden meters lopen én een brede weg oversteken. Voetgangerslichten zijn er weinig, en als ze er zijn werken ze vaak niet. En dan nog moet je zeer goed uit je doppen kijken of er geen brommer aankomt die je van je sokken rijdt. Ach ja, da's ook weer de charme van een Aziatische stad. Het heeft gewoon iets fascinerends om al die chaos om je heen te zien. Een groot contrast met ons keurige land, waar een automobilist zich zou schamen als 'ie pas op het zebrapad zou stoppen voor het stoplicht. Hier moet iedereen zich maar om de auto's en brommers heen manoevreren die het zebrapad claimen.

KL bruist. Vooral op de Jln Bukit Bintang, dé hoofdstraat van KL waar de shopping malls en restaurants zich bevinden. Het is chaotischer dan Singapore, maar dat lijkt juist de sfeer ten goede te komen. Het is leuk over deze straat te wandelen, of vanaf een terras het wandelend publiek te bestuderen. Leuk om te zien dat hoofddoekjes (of zelfs bourka) worden afgewisseld met Chinese dames in minirokjes.

Zometeen in de Starbucks (we hebben onze stempelkaart vol dus we kunnen een gratis drankje krijgen!) onze tijd uitzingen totdat onze vlucht ons weer in Nederland brengt.

Typisch Maleisisch

- Vrouwen op het strand gekleed in een 'bourkini'; een zwarte 'catsuit' met lange mouwen en pijpen en een klein rokje eraan. Met daarbij een badmuts natuurlijk.

- Om 6.00 uur wakker worden van de muezzin; de oproep tot gebed.

- Alcohol staat zelden op de menukaart, maar is bijna overal verkrijgbaar.

- Het Maleisisch kent veel leenwoorden uit het engels, zoals teksi, kompleks, polis, ambulans, bas sekola (schoolbus). Een soort 'baby english'.

- IJsthee is hier letterlijk hete thee met ijsklontjes (niet aan te raden).

- In Nederland uitgestorven merken zoals Bodyglove, Lois, Ellesse zie je hier nog volop.

Maar het meest bizarre is toch wel:

- In de Carrefour in Melaka was de Pinkpop-registratie van vorig jaar (Giel Beelen interviewde Metallica) te zien...

vrijdag 29 mei 2009

Perhentian: eindelijk op ons bountystrand?

Het eilandje Pulau Perhentian, aan de oostkust van Maleisie, niet ver van de Expeditie Robinson-eilandjes, zagen wij vantevoren toch wel als het hoogtepunt van onze reis. Verlaten witte strandjes, azuurblauwe zee, wuivende palmbomen, dat verhaal. Zeer hoge verwachting dus.

Nu zou een verhaal er een verhaal kunnen komen over alles wat uiteindelijk tegenviel. Dat onze chalet klein is, uitkijkt op een soort groenafval-stort overdekt met charmant blauw landbouwplastic en dat het chalet vastzit aan een ander chalet, en soort 2-onder-1-kap waardoor het een beetje gehorig is. En dat het strand bij ons resort klein is en vol ligt met Nederlanders, Duitsers, Britten, Italianen. Maar zo'n verhaal wordt het niet.

Pulau Perhentian heeft verlaten witte strandjes, heeft een licht turkoise en azuurblauwe zee en het wemelt er van de palmbomen. Het IS inderdaad het echte Expeditie Robinsongevoel. Het enige wat je daarvoor moet doen is een kleine watertaxi pakken die je bij zo'n heerlijk strandje afzet. Gisteren was dat het strand van Teluk Dalam, waar we heerlijk rustig gehangen en gezwommen hebben en lang naar het prachtige water hebben getuurd. Onze lunch nuttigden we bij een tentje verderop. De gastheer aldaar, een 'laid back' Maleier versierd met tattoos, stelde zich aan ons voor als Carlton. Doet mij eerder aan het neefje van the Fresh Prince denken dan aan een 'coole dude' zoals deze gast. Hij was inderdaad zeer 'laid back', want het duurde een eeuwigheid voor hij wist voor wie dat watermeloensapje was en voor onze broodjes arriveerden. Dat accepteer je alleen op vakantie. Sterker nog, op vakantie vind je zulke ongeorganseerdheid heerlijk.

Het strandje van vandaag, Turtle Beach was zo mogelijk nog prachtiger. Geheel verlaten met verse schildpaddensporen in het zand. We hebben er heerlijk gelegen en gesnorkeld (ik heb Nemo gezien in de 'anemenemenie'!). Dus inderdaad; wij hebben ons bountystrand gevonden!

Bij ons eigen resort zit een goed restaurant waar een beetje een backpackerssfeer hangt. Iedereen loopt er op blote voeten en ze draaien er hippe muziek (o.a. Hotel Costes!). We kunnen het hier nog wel een tijdje uithouden!

Maar helaas komt het einde steeds meer in zicht. We smeren ons nog eens in, nemen nog een duik, en bruinen ook onze buik nog even goed, en dan gaan we nog genieten van een paar dagen KL. En daarna? Dat zien we dan wel weer...

Georgetown: een 'urban jungle'

Er komt maar geen eind aan onze hachelijke avonturen, met de autorit van Lumut naar Georgetown. Blijkbaar zijn de locals niet zo gesteld op een lang gezond leven, want de ene na de andere spookrijder troffen we aan. Het wemelt van de slome vrachtwagens op de wegen, en snelle auto's willen daar voorbij. En dus halen ze voortdurend in, ook al zijn er tegenliggers. Een keer moest H. volop op de rem om een inhaler ruimte te geven. Geen plezierig gevoel. We vonden het dus ook prima om verderop de ongezellige maar wel snelle tolweg te pakken.

Op de 14 kilometer lange brug naar het eiland Penang, met als hoofdstad Georgetown, kwamen we, wonderbaarlijk genoeg, in de file terecht. Dit had ik op kunnen vatten als een signaal: op Penang is het niet prettig autorijden. Mijn eega was daar al veel sneller achter dan ik. Ik wilde toch graag het voorgenomen plan tot uitvoer brengen: eerst met de auto naar de Kek Lok Si Tempel, pas daarna naar ons nieuwe onderkomen in Georgetown.

Wonder boven wonder bereikten we de tempel met slechts één u-bocht. In de Lonely Planet werd er hoog opgegeven van deze grootste boeddhistische tempel van Maleisie. Je moest je wel door een onvoorstelbare haag van souvenirshops heen worstelen. Wel een bijzondere tempel met een overvloed aan mooie, kleurrijke details zoals een lange rij staande boeddhabeelden. En een schitterende pagode. Wel meer toeristen dan gelovigen en zelfs middenin de tempel kon je t-shirts en dergelijke kopen.

We zijn er toch vrij snel weer vandoor gegaan, want we zagen beiden toch een beetje op tegen het bereiken van ons hotel middenin Georgetown. Terecht, zo bleek. Er waren uberhaupt geen borden 'Georgetown' te vinden (misschien omdat we er al in waren), dus we zijn maar gewoon op ons geografische gevoel gaan rijden, richting een aantal grote flats die er uitzagen als hotels of kantoren.

Zo kwamen we inderdaad vrij snel in de buurt, maar het heeft heel wat steken, draaien en keren gekost om de eindbestemming te bereiken. Georgetown barst van de eenrichtingswegen. Ook wegen die je niet helemaal uit kunt rijden, omdat halverwege ineens de rijrichting verandert.

We waren blij dat we de auto eindelijk in konden leveren. Zelf autorijden in Maleisie biedt wel wat meerwaarde, maar vooral in Taman Negara en de Cameron Highlands, waar wat minder openbaar vervoer is en het landschap prachtig is om doorheen te rijden. Op de drukke, saaie kustroutes is een touringcar ook prima.

Georgetown is net als Melaka een stad met veel cultuurhistorie, die op de UNESCO Werelderfgoedlijst staat. Er staan prachtige Britse koloniale gebouwen zoals Town Hall en City Hall en er is een levendige Chinatown en Little India. Maar wat ons eigenlijk het meest beviel aan Georgetown was het eten. In een chique restaurant met bijzonder smaakvolle oosterse inrichting hebben we heerlijke loempia's en 'hazelnut fish and chips' gegeten. Maar ook in een eenvoudig backpackers restaurant hebben we voor ongeveer tien euro een topavond gehad. H. aan de nasi, ik aan de... burrito's. Heerlijk die keuzeovervloed wat eten betreft. In Malesie is echt voor elke culinaire liefhebben wel iets te vinden: Maleis, Chinees, Indisch, Indiaas, of gewoon lekker Westerse pasta. Spekkie naar mijn bekkie.

zondag 24 mei 2009

Happy honeymoon op Pulau Pangkor

Stiekem waren we een klein beetje teleurgesteld dat er tot nu toe in geen enkele hotelkamer chocoladeovergoten aardbeien en champagne voor ons klaar stonden. Er was alleen de opmerking van de hotelbaas in de Highlands: "So you're the honeymoon couple? When did you get married?". "Almost two weeks ago". "Oh, ok". En dat was het dan.

In ons nieuwste onderkomen, een resort op het eiland Pulau Pangkor, hebben ze het beter begrepen. We werden, zoals je verwacht van een tropisch resort, ontvangen door een zingend aloha-meisje en een kerel met een gitaar en kregen een exotisch roze welkomstdrankje. Oke, niet alleen wij werden zo ontvangen, maar elke boot met verse gasten kreeg zo'n onthaal.

Op ons bed lagen eindelijk de langverwachte bloemblaadjes, waarmee 'happy honeymoon' was geschreven. En later kregen wij een enorm stuk taart, een mandje fruit en daarbij een kaart met:

MR and MRS HENDRIK

HAPPY HONEYMOON

Een heerlijk oord om te verblijven, met een prachtig strand en een ruime kamer met 'ocean view'. Maar toch even wennen, na de drukke steden en het volle programma van de afgelopen dagen. Op Pulau Pangkor is namelijk niks te doen, ontdekten we. Vol enthousiasme hadden we gisterochtend fietsen gehuurd om het eiland te gaan verkennen. Van die nare mountainbikes waarop je bijna horizontaal ligt. We waren van plan om ze twee dagen te huren. Maar met 35 graden heuveltjes opfietsen bleek toch wat teveel gevraagd van een Hollander die vlakke paden gewend is. Het lukte ons net om het volgende dorp te bereiken, maar er was niet veel te beleven en het stonk er ontzettend naar rotte vis. Na anderhalf uur hebben we de fietsen weer ingeleverd.

Tot zover onze nobele poging tot sightseeing. Het is wel duidelijk; op Pulau Pangkor doe je niks behalve luieren, zwemmen en eten. Zo'n plek waar je je resort niet afkomt. Ik ben daar eigenlijk niet zo dol op, want dat betekent dat je voortdurend dezelfde mensen tegenkomt bij ontbijt, lunch en diner. Ook is het eten hier wat duurder (25 euro voor een diner voor twee; in de Highlands waren we slechts een tientje kwijt). En dat diner wordt opgeluisterd door datzelfde aloha-meisje met gitarist die 'una paloma blanca' en andere tropische hits vertolken. Eergisteravond waren we nét op tijd weg om te voorkomen dat ze bij onze tafel gingen zingen, maar gisteravond kwamen ze zingen bij ons restaurant, waar maar zes mensen zaten. Ze zette net de eerste noten in van 'obladie oblada' toen wij er vandoor gingen.

Het luieren went toch verrassend snel. Nog één dag niks doen en dan morgen weer de stad in.

donderdag 21 mei 2009

Cameron Highlands: een onverwacht hoogtepunt

Ons hachelijke avontuur zette zich voort toen we zelf achter het stuur kropen. Zoals gezegd hadden we geen kaart en geen aanwijzingen gekregen. De kerel die op ons wachtte (met het bordje 'Mr Hendrik', want zo heten we hier) gaf ons nog wat aanwijzingen en een simpele toeristenkaart.

Het was een prachtige tocht door groene beboste heuvels. Wel even opletten voor enorme gaten in de weg én aan de goede (linkse) kant van de weg blijven. Onderweg dacht ik nog de ontzettende Novib-toerist uit te hangen door papaya te kopen bij een lokaal fruitstalletje, maar het voelde warm aan en was met een vies zuur sapje overgoten. Dat doen we dus ook niet meer.

Dichterbij de Highlands werd het weer rap slechter. Op een gegeven moment zaten we in zo'n heftige plensbui dat het gewoon eng was; we konden geen hand voor ogen zien. Gelukkig zaten we op een goede, rustige weg.

De eerste aanblik van de Cameron Highlands was een teleurstelling. Overal highrise bebouwing, kassen en kaalgeslagen bergruggen. Het was een aan- en afrijden van 'lorries' met boomstammen. Niet bepaald duurzame houtkap.

Ons zeer schattige onderkomen maakte wel veel goed; een voormalige Engelse kostschool met schattige kamers en prachtige tuinen. Een heerlijk oord.

We verwachtten dan ook niet veel van een bezoek aan een theeplantage. Maar het bleek dat, als je eenmaal de hoofdweg afging, er wonderschone frisgroene heuvels begroeid met theeplanten te zien waren. We hebben onze kennis van het theeproces weer eens bijgespijkers door in de fabriek van een theeplantage rond te kijken. En natuurlijk een kopje thee gedronken. Toch best leuk, die Cameron Highlands. Je moet alleen even zoeken.

Hachelijke avonturen in het regenwoud

De 'longboat' bleek nog wel een stuk kleiner dan gedacht/gehoopt. Met onze beschaafde Delsey-koffer waren we hier een beetje misplaatst. Hij werd schuin in de boot gezet en stak voor zeker de helft boven de boot uit. Ik vreesde dat mijn net aangeschafte jurkjes op de bodem van de Negara-rivier zouden belanden. Ik zat dus wel een beetje op hete kolen tijdens de twee-en-half uur durende boottocht naar ons resort in Taman Negara, schijnbaar de oudste jungle van de wereld (dus niet alleen Azie). Maar prachtig was het wel.

Wonder boven wonder kwamen we na veel gesjouw in een knus chaletje aan dat, wederom wonderbaarlijk, al na enkele minuten omgeven was van de apen terwijl ik op de veranda rustig de Quest probeerde te lezen. Ze sprongen over de balustrade, het dak op, en belanden nog net niet op mijn schoot. Zo gaat dat hier blijkbaar, dacht ik. Maar de rest van ons verblijf hebben we geen aap meer gezien, vreemd genoeg.

We meldden ons aan voor de meest populaire excursie: een kortdurende jungle trekking inclusief het lopen over de bekende canopy, schijnbaar de langste ter wereld (ze moeten het hier blijkbaar nogal hebben van de kwalificaties!). Met een bont gezelschap van een Indische familie, Chinezen, Australiers, een soort Lonely Rob (inside joke) en - natuurlijk - nog twee Nederlanders (gelezen in Quest: Nederlanders zijn na Duitsers het meest reislustige volk ter wereld - joh!) gingen we op pad.

Het klinkt dus als een 'walk in the park' maar dat was een grote vergissing. Het was pittig. Heel pittig. Sterker nog; nu, twee dagen later, heb ik nog moeite met traplopen. Het glibberige, stronkige, steile pad betraden wij met onze eenvoudige bootschoenen. Onze 'mister guide' huppelde vrolijk vooruit, wij kwamen er als logge koeien achteraan (ik althans). En dat bij zo'n 33 graden en een luchtvochtigheid van 95%. Maar natuurlijk was het de moeite waard, vooral die canopy walk was bijzonder cool: een zwiepende krakende brug op 45 meter hoogte. Heel bijzonder.

Bikkels dat we zijn hebben we ons daarna gelaafd aan burgers & fries en voor de rest van die dag niks meer gedaan.

maandag 18 mei 2009

Melaka: schizofrene cultuurmix

Voor mij inmiddels bekende, maar daardoor niet minder nare taferelen: een grensovergang in een Aziatisch land passeren. Geen pretje. Bus uit, dan in de rij wachten voor de douane van Singapore. Dan weer bus in, een kilometer rijden en dan weer bus uit. Ditmaal onze loodzware koffer mee en weer in de rij om de douane van Maleisie te passeren. Twee jaar geleden moest ik alleen een zware koffer over tientallen trapjes slepen, ditmaal had ik een lieve echtgenoot die als sjouwer fungeerde ;-).

We zijn in Melaka. Even wennen na het schone Singapore aan de zinderende hitte, smalle straatjes, krakkemikkige huisjes en hurktoiletten. Ook de koele 'malls' en attracties zoals een reuzenrad en zo'n ronddraaiend Efteling-ding moet je even wegdenken. Wat je dan overhoudt is een wervelende, autenthieke, historische stad. Echt heel cool om in Zuidoost-Azie een gebouw aan te treffen dat 'Stadthuys' heet. De Nederlanders hebben hier in de 17e eeuw een belangrijke handelspost gehad. Erg grappig om allerlei VOC-relikwieen te vinden in het Stadthuys. Er staat zelfs een molen, die er later is neergezet met behulp van de Nederlanders om de banden tussen beide landen aan te halen. De Nederlandse architectuur zie je in veel huizen een beetje terugkomen, vooral de klokgevels zijn herkenbaar.

Maar de Nederlanders zijn zeker niet de enigen die er invloed hebben gehad. Portugezen, Britten en Japanners hebben er ook een tijd geheerst. Daarnaast kent heel Maleisie een enorme diversiteit aan culturen en (dus) religies. Je vindt in Melaka dus Hindoestaanse tempels naast Taoistische tempels en Islamitische moskees. Die moskees lijken eigenlijk nauwelijks op degene die wij in Nederland kennen; het is een vreemde, haast schizofrene mix van een Chinese tempel met Arabische symbolen en tegelpatronen.

Ik word ook altijd bijzonder vrolijk van Chinese avondmarkten, vol kruidige geuren en felgekleurde prullaria. (dit jaar blijkbaar een populair item: roodhouten mini slippertjes met vrolijke poppetjes erop). Een toppertje!

Nu maar even de tijd doden in Kuala Tembeling, waar we wachten op onze 'longboat' die ons naar Taman Negara moet brengen, schijnbaar de oudste jungle van Zuidoost-Azie. Dat belooft wat. Daarna moeten we zelf gaan autorijden (lees: dat mag mijn eega doen) maar iets van een gedetailleerde wegenkaart ontbreekt... Dat kan nog spannend worden. De wegen zijn hier zeer goed, dus niemand hoeft zich zorgen te maken hoor.

Singapore: soepel, sereen, saai

Zelden zo'n soepele reis gehad. Zelfs de Lunetten-bus had er zin in en was al in een kwartiertje op het station. Daar troffen we een lege Schiphol-trein aan. En het KLM-vliegtuig was al even verlaten. Precies wat er die dag over KLM in de krant stond (iets in de trant van "malaise bij KLM") overkwam ons ook: na het uitgaan van teken 'stoelriemen vast' zocht iedereen zijn eigen driezitsbank. Da's pas lekker vliegen. Lang leve de recessie! En dankzij Ineke's slaappillen was deze reis helemaal zo gepiept.

Geen choquerende unheimische gevoelens als je arriveert in Singapore, zoals ik dat wel uit Hong Kong ken. Deze groene, nette, geordende, veilige stad laat je als keurige Hollander helemaal thuis voelen. Natuurlijk doet een heerlijk hotel met zwembad, Gouda-kaas en zo'n doorzichtige buiten-het-gebouw-zwevende lift het gemoed ook goed. Een prima aankomst dus. Dan de eerste stadbezichtiging. De hoofdwinkelstraat, Orchard Road, ligt om de hoek. Wat schetst mijn verbazing: Esprit, Zara, Gap; wat wil een dame nog meer? Ook de overvloed aan Starbucks is mij niet geheel onverschillig. Het thuisgevoel stijgt tot euforische proporties.

Maar wat doet ondergetekende nou eigenlijk het allerliefst? Juist, een boottocht door een haven maken. Laat Singapore nou toevallig een flink haventje hebben (volgens mij nog altijd de grootste containerhaven ter wereld, al kan het dat Shanghai er inmiddels met de eer vandoor is). Heerlijk uitwaaien dus en mistige foto's van havenkranen maken.

Ik heb Singapore dus wel in mijn hart gesloten, het is er goed toeven. Toch mist het een scherp randje. Het is misschien allemaal net iets te soepel. Misschien ben ik nog in de euforie van 9 mei, misschien moet ik er nog inkomen, misschien ben ik inmiddels te verwend... In ieder geval een relaxt begin van onze reis.

woensdag 29 april 2009

"De krant goed lezen kost een week"

JongEZ bracht een bezoek aan de redactie en drukkerij van NRC Handelsblad en nrc.next. De positie van de krant staat onder druk door dalende oplages en afnemende advertentie-inkomsten. Lezen JongEZ'ers zelf nog wel de krant? EZWeb vroeg het aan vier deelnemers.

Sabrina Waltmans, landenmedewerker EVD Noord-Afrika: "Ik neem afwisselend een proefabonnement op de Volkskrant, NRC Handelsblad of nrc.next. Ik vind het leuk om die variatie te hebben en het verschil in invalshoek tussen de verschillende kranten te zien. Een vast abonnement vind ik te duur. Het liefst lees ik achtergronden. Nieuws hoor je ook wel op de radio of lees je op internet. Daar heb ik geen krant voor nodig. Ook kijk ik wel eens op limburg.nl voor nieuws uit mijn geboortestreek". Femke Kramer, medewerker wapenexpertcontrole dg BEB: "Voor mijn werk lees ik vooral de websites van BBC World en de New York Times. Daar volg ik het nieuws over de sancties op Iran en de Amerikaanse positie daarin. Voor het binnenlandse nieuws lees ik NRC Handelsblad. Daar ben ik van jongs af aan mee opgegroeid". Robert Barker, medewerker marktanalyses OPTA: "Ik lees vooral nu.nl en ad.nl. Dit zijn lekker overzichtelijke sites. Ook ben ik fan van De Pers. Deze krant kun je snel lezen, maar je kunt ook meer de diepte in met langere achtergrondartikelen. Heel soms lees ik NRC Handelsblad, maar je bent wel een week bezig om die krant goed te lezen. Je moet daar 's avonds echt tijd voor inruimen". Ramon Rentmeester, adviseur Europese subsidies bij SenterNovem: "Ik lees zelden de krant. Als ik moet reizen wil ik nog wel eens een gratis krant zoals De Pers lezen. Als de gratis kranten op zijn koop ik wel eens de nrc.next. Voor het lezen van de krant moet je uitgebreid de tijd nemen, maar die tijd heb ik niet. Maar ik moet zeggen dat het verhaal dat de redacteuren van NRC Handelsblad tijdens ons bezoek vertelden wel inspirerend was. De redacteuren hebben duidelijk veel verstand van de zaken waarover ze schrijven. Ik overweeg nu wel een proefabonnement op NRC Handelsblad te nemen". Dit bericht is gepubliceerd op EZweb.